Wanneer gebruik je de tweede naamval in het Duits?

De 2e naamval Duits wordt niet zo vaak gebruikt. De tweede naamval geeft een bezitsrelatie aan, meestal tussen twee zelfstandige naamwoorden. De tweede naamval wordt ook wel “der Genitiv” genoemd, wat in het Nederlands de “bijvoeglijke bepaling ” wordt genoemd. Ook in het Nederlands kennen we de tweede naamval, al wordt deze niet zo vaak meer gebruikt en klinkt het vaak een beetje ouderwets. Denk maar aan “de heer des huizes”. In het Duits wordt de tweede naamval nog wel vaker gebruikt:

Je kunt tweede naamval gebruiken als:

  • iets is van iemand
  • iets hoort bij iemand (eigenschap of onderdeel)

Hierbij geldt dat het eerste zelfstandig naamwoord een bezit of een eigenschap/onderdeel is van het tweede zelfstandig naamwoord.

Uitgang bij het mannelijk en onzijdig geslacht

Bij een zin in de tweede naamval waarbij het zelfstandig naamwoord betrekking heeft op het bezit of hoort bij een zelfstandig naamwoord van het mannelijk geslacht dan wordt “van de” vervangen door “des”. Daarnaast komt er -es of -s achter het tweede zelfstandig naamwoord.

Het boek van de man

Das Buch des Mannes

 

De oom van mijn vader heet Johan

Der Onkel meines Vaters heißt Johan

 

Wanneer komt er -es en wanneer komt er  -s achter het zelfstandig naamwoord? De regels hiervoor zijn als volgt:

Woorden die uit een lettergreep bestaan krijgen -es en woorden die uit meerdere lettergrepen bestaan krijgen -s als uitgang. Samengestelde woorden kunnen zowel -s als -es krijgen. Ga ervanuit dat een samengesteld woord uit meerdere lettergrepen bestaat, dus -es.

Uitgang bij zelfstandig naamwoorden van het vrouwelijk geslacht en het meervoud

Wordt met het eerste zelfstandig naamwoord een bezitsrelatie aangeduid van het tweede zelfstandig naamwoord van het vrouwelijk geslacht of het meervoud, dan is de uitgang van het bezittelijk voornaamwoord -er en komt er niets achter het vrouwelijke zelfstandig naamwoord of het zelfstandig naamwoord dat in het meervoud staat.

Ik vind het boek van mijn tante leuk

Ich finde das Buch meiner Tante toll

 

De bril van jou moeder

Die Brille deiner Mutter

 

De auto van onze ouders

Das auto unserer eltern

 

De uitgang van het bijvoeglijk naamwoord

Staat er een bijvoeglijk naamwoord in de zin, dan komt hier altijd -en achter, los van het geslacht.

 

De zaal van de nieuwe bioscoop is groot

Der Saal des neuen Kinos ist gross


De arm van de jonge man

Der Arm des jungen Mannes

 

De jurk van het kleine meisje is vies

Das kleid des kleinen Mädchen ist schmutzig.