Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. In het Nederlands worden bijvoeglijk naamwoorden vaak verbogen en zijn er twee vormen, bijvoorbeeld “leuk” en “leuke”. In het Duits zijn er veel meer vormen mogelijk. De vorm van het bijvoeglijk naamwoord Duits is namelijk afhankelijk van het geslacht van het zelfstandig naamwoord en de naamval waarin het staat. We kijken eerst naar het bepaald enkelvoud. Daarbij nemen we als voorbeeld een zin met een mannelijk, vrouwelijk, onzijdig zelfstandig naamwoord en een meervoudsvorm:

Der junge Mann
Die junge Frau
Das junge Mädchen
Die jungen Frauen

Zinnen met een bepaald lidwoord

Hieronder zie je hoe deze zinnen vervoegd worden:

Naamval Bepaald enkelvoud mannelijk Bepaald enkelvoud vrouwelijk
1e der junge Mann die junge Frau
3e dem jungen Mann die jungen Frau
4e den jungen Mann die junge Frau

 

Naamval Bepaald enkelvoud onzijdig Bepaald meervoud
1e das junge Mädchen die jungen Frauen
3e dem jungen Mädchen den jungen Frauen
4e das junge Mädchen die jungen Frauen

 

In de derde naamval krijgt het bijvoeglijk naamwoord overal -en als uitgang. In het meervoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord voor zowel de eerste, derde als de vierde naamval -en als uitgang.

Zinnen met een onbepaald lidwoord

Nu kijken we naar dezelfde zinnen maar dan met een onbepaald lidwoord:

Naamval Onbepaald enkelvoud mannelijk Onbepaald enkelvoud vrouwelijk
1e ein junger Mann eine junge Frau
3e einem jungen Mann einer jungen Frau
4e einen jungen Mann eine junge Frau

 

Naamval Onbepaald enkelvoud onzijdig Onbepaald meervoud
1e ein junges Mädchen keine jungen Frauen
3e einem jungen Mädchen keinen jungen Frauen
4e ein junges Mädchen keine jungen Frauen

 

Wat opvalt is dat het bijvoeglijk naamwoord in de eerste naamval van het mannelijk geslacht -er als uitgang krijgt en in de eerste naamval van het onzijdig geslacht -es en het vrouwelijke geslacht -e. Dit betekent dat de uitgang is afgeleid van het lidwoord. Je kunt aan ein namelijk niet zien van welk geslacht het is en om dit aan te geven krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang van het lidwoord.

Als er niets voor het bijvoeglijk naamwoord staat

In sommige gevallen staat er niets voor het bijvoeglijk naamwoord Duits. Dan krijg je de volgende vormen:

Naamval mannelijk enkelvoud vrouwelijk enkelvoud
1e junger Mann junge Frau
3e jungem Mann junger Frau
4e jungen Mann junge Frau

 

Naamval onzijdig enkelvoud meervoud
1e junges Mädchen junge Frauen
3e jungem Mädchen jungen Frauen
4e junges Mädchen junge Frauen

Voorbeeldzinnen bijvoeglijk naamwoord Duits

Das Dreirad gehört dem kleinen Kind

Wohin soll ich die neue Vase stellen?

Wir haben einen spannenden Film gesehen

Meine Schwester hat ein rotes Auto