Dit artikel gaat over het gebruik van het delend lidwoord in het Frans. Het delend lidwoord wordt in het Frans l‘article partitif genoemd. Je gebruikt het delend lidwoord als er in het Nederlands geen lidwoord wordt gebruikt voor het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “de la” voor woorden van het vrouwelijk geslacht, “du” voor woorden van het mannelijk geslacht en “des” voor woorden in het meervoud. Bij woorden die beginnen met een klinker of een stomme h gebruik je de l’ . Hieronder vind je enkele voorbeelden:

Zelfstandig naamwoorden van het vrouwelijk geslacht:

Ik eet ijs
Je mange de la glace

Zelfstandig naamwoorden van het mannelijk geslacht:

Ik ga fietsen
Je vais faire du vélo

Zelfstandig naamwoorden die beginnen met een klinker:

Ik drink water
Je bois de l’eau

Zelfstandig naamwoorden in het meervoud

Ik plant tomaten
Je plante des tomates


In welke situaties gebruik je geen delend lidwoord?

Hoeveelheden:
Bij een hoeveelheid verandert het delend lidwoord in “de“:

Ik drink weinig water
Je bois peu d’eau

Ik eet veel chocolat
Je mange beaucoup de chocolat

Ontkenningen
Na een ontkenning krijg je altijd “de”

Ik eet geen vlees
Je ne mange pas de viande

Ik ga niet fietsen
Je ne vais pas faire de vélo

Andere uitzonderingen
De volgende woorden zijn een uitzondering op de regel. Komen de volgende woorden voor in de zin dan gebruik je geen delend lidwoord maar een bepaald lidwoord:

aimer, détester, préférer, adorer

Ik hou van vlees
J’aime la viande

Ik geef de voorkeur aan vis
Je préfère le poisson

Ik haat spruitjes
Je déteste le choux de Bruxelles

Lichaamsdelen

Waar we in het Nederlands een bezittelijk voorwerp gebruiken om een lichaamsdeel aan te duiden, wordt in het Frans vaak een lidwoord gebruikt.

Ik heb pijn aan mijn been:
J’ai mal à la jambe

Ik heb een dikke buik
J’ai le ventre épais