In dit artikel vind je uitleg over Franse lidwoorden. Een lidwoord vind je voor een zelfstandig naamwoord. In het Nederlands kennen we bepaalde en onbepaalde lidwoorden. De bepaalde lidwoorden in het Nederlands zijn “de” en “het” en het onbepaald lidwoord is “een”. In dit artikel geven we uitleg over de bepaalde en onbepaalde lidwoorden in het Frans.

Het bepaald lidwoord Frans

In het Nederlands kennen we de volgende bepaalde lidwoorden:

de/het

in het Frans zijn de bepaalde lidwoorden:

le/la/l’

Het bepaald lidwoord noemen we in het Frans l’article défini.

le gebruik je voor een zelfstandig naamwoord enkelvoud van het mannelijk geslacht:

het gebouw
le bâtiment

de telefoon
le téléphone

de jongen
le jongen

het boek
le livre

la gebruik je in combinatie met een zelfstandig naamwoord enkelvoud van het vrouwelijk geslacht:

het huis
la maison

het raam
la fenêtre

de televisie
la télévision

de vrouw
la femme

l’ gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord begint met een klinker:

de vogel
l‘oiseau

de boom
l‘arbre

les gebruik je als je te maken hebt met een zelfstandig naamwoord dat in het meervoud staat:

les bâtiments
les maisons
les oiseaux

Het onbepaald lidwoord

In het Nederlands kennen we één onbepaald lidwoord, namelijk “een”. In het Frans is het onbepaald lidwoord afhankelijk van het geslacht van zelfstandig naamwoord en of het zelfstandig naamwoord enkelvoud of meervoud is. Het onbepaald lidwoord heet in het Frans l’article indéfini.

een: une/un/des

un gebruik je als het zelfstandig naamwoord van het mannelijk geslacht is.

een gebouw
un bâtiment

een telefoon
un téléphone

een jongen
un garçon

een boek
un livre

une gebruik je als het zelfstandig naamwoord van het vrouwelijk geslacht is:

een huis
une maison

Tenslotte gebruik je des als het zelfstandig naamwoord in het meervoud staat. Een meervoudsvorm van het onbepaald lidwoord kennen we in het Nederlands niet.

huizen
des maisons

Zelfstandig naamwoorden die in het Frans een lidwoord nodig hebben maar niet in het Nederlands

In sommige gevallen hebben zelfstandig naamwoorden in het Frans een lidwoord nodig terwijl we er in het Nederlands geen lidwoord gebruiken. Hieronder zie je in welke situaties dit voorkomt. In andere gevallen kun je te maken hebben met een delend lidwoord.

Voor plaatsnamen:

Frankrijk is mooi
La France est belle

Nederland is regenachtig
Les Pays-Bas sont pluvieux

Voor delen van het lichaam

Ik heb bruine ogen
J’ai les yeux marrons

Ik heb pijn aan mijn been
j’ai mal à la jambe

Voor ziektes

Hij heeft griep
Il a la grippe

Voor data

Twaalf april
Le douze avril

Twintig mei
Le vingt mai

Na sommige werkwoorden

adorer, détester, aimer, préférer

Mannen houden van auto’s
Les hommes aiment les voitures

Veel mensen houden van paarden
Beaucoup de gens adorent les chevaux

Vrouwen geven de voorkeur aan mannen met een baard
Les femmes préfèrent les hommes avec une barbe